Agendacultuur

Een afspraak maken om naar de winkel te gaan: het is wat vreemd, maar past precies in de agendacultuur die Nederland toch al heeft.  Spontaan ergens langsgaan was er allang niet meer bij; en dat is in deze crisistijd nog verder de kop ingedrukt.  Op papier of digitaal: je telt niet echt meer mee zonder (drukke) agenda.

 

Of je nu informateur bent van een nieuw kabinet of een docent die een nieuwe cursus geeft, de vanzelfsprekende verwachting is dat je eerst jouw agenda openbaart: wat is wanneer, in welke volgorde en voor wie en hoe bestemd.  Het hebben van een agenda is dan ook meer dan alleen een handig overzicht van de gemaakte afspraken.  Het laat zien: dat je georganiseerd bent, hoe beschikbaar je bent, wat jouw intenties zijn, dat je niet zomaar wat aankooit, dat jouw tijd kostbaar is en dat je ook nog heel wat andere dingen te doen hebt.   Zo is de opmerking ‘even in mijn agenda kijken’ geen terloops niemendalletje, maar boven alles een melding van status: dat de ander zich wel moet realiseren dat hij bevoorrecht is om uberhaupt een afspraak met jou te kunnen maken.  Anders gezegd: wie geboekt wordt in de agenda van de ander, mag in zijn handen wrijven van geluk.  Dit fenomeen kan tussen mensen van gelijke status ook voor de nodige wrijving zorgen: ‘hoe druk heb je het dan, dat ik morgen niet even met je kan afspreken’, gepareerd met de opmerking: ‘ik hoef me toch niet tegenover jou te verantwoorden; ik heb meer te doen dat jij kennelijk beseft’.  Hilarisch vind ik het daarom wel hoe vaak het gebeurt dat mensen met hun agenda zwaaien, terwijl het evident is dat hun agenda zo goed als leeg is.  Dit geeft aan hoe belangrijk het is geworden om voor de buitenwacht het beeld hoog te houden dat je een druk leven leidt; en het bewijs daarvoor is: met een hele bedachtzame blik turen in je agenda, (zogenaamd) op zoek naar een gaatje.  Extra status kun je tegenwoordig geven in je agenda door het blokkeren van dagdelen, om vervolgens te kunnen zeggen: ‘nee, dinsdagmiddag kan ik niet want dat is mijn vaste meditatiemiddag’ of ‘nee, de zaterdag is sowieso uitgesloten omdat ik die dag gereserveerd heb als me-time’.  Zo wappert iedereen met zijn eigen, persoonlijke, zorgvuldig vormgegeven agenda in een poging iets van synchroniciteit te vinden.  Een hele hoge (vermeende) status heeft de persoon die zegt: ‘dan moeten we maar de afspraak over de zomer heen tillen’, oftewel: ‘je moet niet denken dat ik op jou zit te wachten’.   

 

In deze heersende agendacultuur past ook het veelvuldig annuleren, verzetten en heen-en-weer-schuiven van gemaakte afspraken.  De eigen agenda moet wel kloppen en anderen dienen zich daarom steeds maar weer aan te passen.  De agenda is het ultieme wapen om de ander op zijn plaats te wijzen.

Volgende
Volgende

Van binnenuit